INTRO
Het gaat tegenwoordig veel over individualisme in de samenleving. Opmerkelijk is dat het individualisme samengaat met de verzakelijking van de samenleving, waarbij het individu juist van ondergeschikt belang is geworden.
Er worden regelmatig verschillende oorzaken belicht -zoals digitalisering en smartphone-gebruik- maar de vormgeving van het onderwijs komt minder vaak in beeld.
Het onderwijs is tegenwoordig doelgericht. De middelen zijn van ondergeschikt belang geworden. Dat is jammer, want individueel afgestemde middelen kunnen het onderwijs niet alleen verrijken, versnellen, verdiepen, maar ook leuker maken voor elke leerling. Eenvoudige, effectieve aanpassingen beginnen bij de leerlingen in plaats van bij de gepubliceerde methode.
3 PRAKTISCHE TIPS
1. Als eerst de leerlingen worden bevraagd over hun beeld van een onderwerp en dan pas de methode aan bod komt, is er al een goed begin gemaakt.
2. Als daarna de leerlingen mogen kiezen met welke verwerkingsopdrachten ze willen beginnen (de methode-opdrachten kunnen daar voor gebruikt worden) en vervolgens de diverse uitwerkingen klassikaal worden besproken, kunnen de leerlingen de bevindingen van hun klasgenoten gebruiken bij het uitvoeren van vervolgopdrachten.
3. De toets van de methode kan ook gebruikt worden; als een evaluatie-instrument, waarna de leerling zelf kan beslissen wat nog verdere studie nodig heeft, en wat niet.
Het cijfer krijgt zo een andere functie. Dat is behalve efficiënt ook leuker voor de leerlingen, èn verrijkend omdat ze leren van de andere leerlingen die anders denken dan zij. Ze leren denken vanuit de ander èn vanuit zichzelf.
Een voorbeeld van het voordeel van kunnen denken vanuit de ander en jezelf geeft Nasrah Habiballah in de uitzending van ‘Zomergasten’ op 2 augustus 2026. Als een persoon is opgevoed met twee culturen, hebben ze leren denken vanuit twee culturen, wat hen scherper doet opmerken wat goed is aan de ene cultuur en wat goed is aan de andere cultuur. Objectiviteit wordt daardoor verbeterd en de waarde van meningen verlaagd.
Wat is ons eigen zelfbeeld?
Als volwassene zijn we ons de “aannames” die wij in de eerste levensjaren meekregen niet bewust. Ons taalvermogen was toen nog onvoldoende ontwikkeld. We kunnen ons hoogstens beelden herinneren van bijzonder aangrijpende gebeurtenissen.
Door het lezen van Maria Montessori’s boeken kwam ik steeds meer tot het inzicht dat niet de volwassene het beste weet hoe een kind opgroeit, maar dat het kind zelf alles in zich heeft om optimaal uit te groeien, mits de omgeving de passende mogelijkheden tot oefenen biedt. Ik besefte dat ik van het jonge kind kan leren hoe een mens denkt en reageert voordat dat zij/hij ‘vervormd’ is door opvoeders. Als ik als leerkracht eenvoudige, praktische vragen stelde aan mijn leerlingen, die pasten bij hun kennis, kreeg ik eerlijke antwoorden.
De aannames van volwassenen hebben invloed op de ontwikkeling van kinderen. Door het lezen van Montessori’s werk (2020) ging ik steeds beter begrijpen welk aanbod bij welke leeftijd van het kind past, zodat zij niet alleen alle zintuigen en lichaamsfuncties, maar ook verschillende aanpak-strategieën van opdrachten konden uitproberen en oefenen.
Mentaal
Door het lezen van de Nederlandse vertaling van het boek van Britse kinderpsychiater D.W. Winnicott “Kind, gezin, en buitenwereld” (2025), voor het eerst gepubliceerd in 1957 met als titel “The Child, the Family and the Outside World” ging ik meer begrijpen over de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind. Bij de geboorte heeft het kind al een moreel besef, maar vaardigheden zijn nog onontwikkeld, schrijft Winnicott. Die uitspraak verbaasde mij in eerste instantie. Erover nadenkend, herken ik het moreel besef bij jonge kinderen wel. Mijn ervaring met jonge kinderen is namelijk dat ik, als volwassene, eerlijke antwoorden van jonge kinderen krijg, als ik hen neutraal en concreet bevraag, als ze rustig zijn. Die antwoorden zijn niet persé goed voor henzelf, maar ze zijn eerlijk. Eerlijk zijn gaat over objectief kijken; over de voors en tegens van een antwoord met betrekking tot het geheel zien en benoemen. Moreel besef komt kennelijk voort uit kijken vanuit het geheel (een antroposofische blik) gericht op een zo goed mogelijk resultaat voor het geheel en niet voor jezelf alleen (een individualistische blik).
Moreel besef is echter onvoldoende om onenigheid te kunnen oplossen. Bij onenigheid hebben kinderen bemiddeling nodig. Dat begint met overeenstemming over de oorzaak, de oorsprong van een gebeurtenis en over het verloop van de gebeurtenis. Ook moet er overeenstemming zijn over hoe de gebeurtenis op een manier die positief is voor iedereen (een moreel juiste manier) kan verlopen en hoe dat mogelijk kan worden gemaakt. Zo kan dezelfde situatie een volgende keer anders verlopen.
Dit stemt overeen met biculture blik van Nasrah Habiballah in Zomergasten. Zo’n blik maakt niet ongelukkig, maar gelukkiger, omdat je je bevrijd voelt van aannames.
Naast het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden monitort een effectieve leerkracht ook de activiteiten van de leerling en zorgt voor aanpassing van het kader als er wangedrag optreedt, zodat beloning, verwennerij en straf vermeden kunnen worden. Zowel belonen, verwennerij, en straf leiden namelijk tot een afwijkende ontwikkeling van het verantwoordelijkheidsgevoel van het kind. Dit stoort het creatief bedenken van oplossingen door het kind, wat leidt tot aanpassingsvermogen. Verantwoordelijkheidsgevoel, aangevuld met creatief denken, is nodig om tot “samenwerken” te kunnen komen. Het leidt tot autonomie en zelfstandigheid. Door een goed ontwikkeld aanpassingsvermogen voelt een kind zich minder snel minderwaardig aan de ander, maar ook minder verheven boven de ander. Het kind vindt het normaal dat ieder anders is en leert daarvan. Dat is goed voor de ontwikkeling van een gezond ego.
Bronnen
Aflevering Zomergasten VPRO, 02-08-2026, Nasrah Nabiballah,
Montessori, M., 2020. Creative Development in the Child, The Montessori Approach, Montessori Pierson Publishing Company, Laren, The Netherlands
Winnicott, D.W., 2025. Kind, gezin, en buitenwereld, Borgerhout & Lamberigts, België
Wie ben ik?
Mijn naam is Annemarie Looijenga, ik ben 70 jaar en met pensioen en woon in Den Haag. Ik ben gehuwd met Marten Roël en we hebben twee zoons. Ik heb een divers werkverleden, waarin ik vooral veel met jonge kinderen heb gewerkt.
Mijn interesse gaat vooral uit naar de ontwikkeling van mensen vanaf hun geboorte. Ik onderscheid daarbij fysieke, cognitieve, neurologische en psychische ontwikkeling. Door mijn praktische ervaring heb ik concrete beelden van alle vier de soorten ontwikkelingen.
Van 2012-2021 heb ik een promotie-studie aan de TU Delft gedaan, met als onderwerp Techniekonderwijs op de basisschool, en ben in 2021 gepromoveerd.
Op dit moment is mijn onderzoeksspeerpunt: Samenleven: Hoe doen we dat? Waar komen al die verschillende menselijke gedragingen vandaan? Hoe gaan we daar als maatschappij mee om?